NEDERLANDSE DRANKFLESSEN, GEBLAZEN IN EEN RICKETTS MAL

Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze ook en evenmin in een retrieval system worden opgeslagen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.

ga terug naar de startpagina  

*
houd de muiswijzer even op de afbeelding: de verklarende tekst verschijnt
* klik op een afbeelding voor een vergrote versie

Peter Vermeulen                                          


Op 5 december 1821 ontving de beroemde glasblazer Henry Ricketts van de Phoenix Glass Works te Bristol (Engeland) een patent op een speciale driedelige mal door hem ontwikkeld. Door een verwisselbaar ijzeren plaatje op de bodem van de mal voor een cylindrische fles kon een firmanaam worden aangebracht.
Veel van die "Ricketts’ mould blown bottles" waren natuurlijk Engels. Maar ook in Nederland werd dit type geblazen.
Vooral likeurfabrikant "Wynand Fockink" uit Amsterdam was zeer geporteerd voor dit soort flessen. Hij liet ze blazen bij "Weduwe Thijssens & Zoon" te Amsterdam. Dit merk wordt dan ook verreweg het meeste gevonden.
Voor mijn verzameling heb ik inmiddels zes verschillende merken gevonden:

WYNAND FOCKINK AMSTERDAM

D.OOLGAARD & Zn HARLINGEN

HULSTKAMP & ZOON & MOLIJN ROTTERDAM

J.F. HOFFMAN & ZONEN ROTTERDAM

H. BOOTZ AMSTERDAM

VINESBERG & Co ROTTERDAM

P & S RENDORP AMSTERDAM

 

WYNAND FOCKINK AMSTERDAM

De distilleerderij werd in 1679 opgericht door Jan Bierman in een reeds bestaand proeflokaal aan de Pijlsteeg in Amsterdam centrum. In 1730 nam Wynand Fockink de zaak over. Wynand Fockink overleed in 1778 en zijn dochter Maria slechts een jaar later in 1779.
Het hoogtepunt voor Wynand Fockink lag in het begin van de 19e eeuw, voornamelijk vanwege de enorme uitvoer naar Frankrijk. Wynand Fockink begon vervolgens met het oprichten van winkels en handelshuizen in bijna alle belangrijke steden van West-Europa.
De zaak was inmiddels in handen gekomen van de gebroeders Johannes Hermanus Schmitz (1783-1862) and Petrus Clemens Schmitz (1784-1865).
Zij waren gehuwd met achterkleindochters van Wynand Fockink, Johanna Maria and Theresia Angela Laarman.
Onder hun leiding breidde Wynand Fockink zich uit tot een concern met een wereldwijde handel. De Nederlandse likeurindustrie bloeide tot ca 1890.
Wynand Fockink, als grootste, had 80 mensen in dienst, een groot aantal voor een niet arbeidsintensieve industrie!
In de 19e eeuw werd ca 1/3 van de productie uitgevoerd naar Frankrijk, maar ook de Yankees kregen de smaak te pakken. In 1887 b.v. ging reeds 6% van de productie naar de States en in 1907 was dit getal al gestegen tot 14%!
In 1920 werd het familiebedrijf omgezet in een naamloze vennootschap (N.V.).
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog nam Wynand Fockink de concurrenten "H.Bootz" en "Levert & Co" over. Maar op zijn beurt nam Bols in 1954 Wynand Fockink over. De distilleerderij werd vervolgens ontmanteld en de productie verdween uit Amsterdam.
Met het oog op de hier behandelde soort flessen, wil ik het volgende citaat niet onvermeld laten.
Het stamt uit "Distillateurs- en Liqueursbereiders Handboek" (ca 1840) door G.Th. van ’t Wout (eigenaar van Erven Bols, Amsterdam).

"Dezer dagen (nov.1837) bij Fockink een flesch rum gekocht, vond ik voor het eerst daarin zekere bijzonderheid, namelijk dat, denkelijk door middel van een stempel, bij het blazen van de fles aangewend wordende, de naam van Fockink onder aan de bodem van de flesch, in dezer voegen."

Het is dus zeer waarschijnlijk, dat Wijnand Fockink sedert 1836/1837 de in Ricketts mal geblazen flessen met bodembehakking is gaan gebruiken.


0,40lt; 23½ cmbodembehakking "WYNAND FOCKINK AMSTERDAM" gevonden in Nederland
 

1,00lt; 29 cm; groen;Bodembehakking "WIJNAND FOCKINK AMSTERDAM" rondom een vijfpuntige ster; vier etiketten resp. "WIJNAND FOCKINK ANNO 1679", "WIJNAND FOCKINK AMSTERAM HOLLAND CREME DE CACAO", "BY APPOINTMENT TO HIS MAJESTY KING GEORGE V" en onleesbaar; gevonden in Engeland
 

D.OOLGAARD & Zn HARLINGEN

In 1788 werd te Harlingen opgericht:
"FABRIEK D'OLYFBOOM OOLGAARD & Co, HARLINGEN. LIKEURSTOKERS, DISTILLATEURS. HOLLAND"
Het gevoerde merk stelt voor een olijfboom in een kuippot, binnen een dubbele ruit met daaroverheen de handtekening van Oolgaard Co.
Op de halsetiketten op de flessen was de kwaliteit aangegeven:
Rood: likeur 1e Kwaliteit.
Groen: likeur 2e Kwaliteit.
Zwart: likeur 3e Kwaliteit.
Het merk werd overigens pas op 23 november 1899 in Den Haag officieel geregistreerd.
Op 30 augustus 1957 werd een samenwerkingsverband aangegaan: de "S.N.D." (Samenwerkende Noordelijke Distilleerderijen), bestaande uit "N.V. v/h OOLGAARD & Co", "J.van der VEEN & ZN's N.V.", "FIRMA R. van der VEGT".
Vreemd genoeg was het domicilie van de SND in Amsterdam gevestigd in de Amstelstraat 18.
In de zestiger jaren nam "HENKES" de noordelijke bedrijven over. In de tachtiger jaren nam "BOLS" het Henkes concern over.
0,80lt; 30 cm;Bodembehakking "D. OOLGAARD & Zn. HARLINGEN", gevonden in Australië

HULSTKAMP & ZOON & MOLIJN ROTTERDAM

Het bedrijf werd op 25 maart 1775 in Rotterdam opgericht door Hendrik Hoogeweegen.
De zaak breidde zich al spoedig uit en op 1 januari 1777 werd per notariële akte opgericht de firma "HENDRIK en JAN HOOGEWEEGEN", welke firma werd aan-gemerkt als een "Sociëteit tot het doen van negotie in wijnen, brandewijnen en gedistilleerde wateren".
In 1808 stierf Jan en in 1810 Hendrik. De zaak werd voortgezet door Jan's 21-jarige zoon Joannes Bernardus Hoogeweegen met steun van de cargadoor Frans Smeer. Op 1 januari 1818 associeerde Joannes zich met Jacob Hulstkamp en werd het bedrijf voortgezet onder de naam: "HULSTKAMP & HOOGEWEEGEN".
In verband met de slechte gezondheidstoestand van Hoogeweegen werd later besloten de boekhouder van het kantoor (Daniël Molijn), alsmede Jan Lodewijk Hulstkamp (zoon van Jacob) als nieuwe vennoten in de firma op te nemen. Vanaf 3 maart 1823 werd de zaak voortgezet onder de naam: "HULSTKAMP & ZOON & MOLIJN".
Op 21 juni 1848 traden Jacob Hulstkamp, Daniël Molijn en Jan Lodewijk Hulstkamp uit de vennootschap en werd de zaak voortgezet door eerdergenoemde Joannes Bernardus Hoogeweegen, diens zoon Johannes Hendricus Hoogeweegen en Daniël Jacobus Molijn (zoon van Daniël Sr).
In 1869 stierf Hoogeweegen Sr en trad Molijn Jr uit.
Als enig beherend vennoot bleef toen over Johannes Hendrikus Hoogeweegen en sedertdien werd het bedrijf nog uitsluitend door de Hoogeweegens bestuurd tot het in de jaren 80 werd overgenomen door "Heineken".
Hulstkamp had ook vestigingen in het buitenland, zoals in Brussel (1890), Düsseldorf (1900) en Polen. Ook werd in 1914 een vestiging in de jeneverstad Schiedam geopend.
In 1909 werd overgenomen de Likeurstokerij "B.A. van Dorp", die reeds sedert 1746 bestond, zij het in vroeger dagen onder de naam "N.van der Straal".
0,40lt; 22½ cm;Bodembehakking "HULSTKAMP & ZOON & MOLIJN ROTTERDAM", gevonden in Nederland

H. BOOTZ AMSTERDAM

In 1650 begon Hendrik Bootz te Amsterdam een likeurfabriek "De Drie Fleschjes". In 1954 werd het bedrijf overgenomen door "Wynand Fockink". Eeuwenlang behoorde Bootz met Bols en Fockink tot de grote drie (likeurstokers) in Amsterdam.
1,00lt; 29 cm;Bodembehakking "H BOOTZ *AMSTERDAM*" rondom een ster, gevonden in Zweden

VINESBERG & Co ROTTERDAM

Van Vinesberg & Co weet ik helaas niets.
Uiteraard is hulp hier zeer welkom.
0,40lt; 24 cm;Bodembehakking "VINESBERG.&.Co ROTTERDAM."; gevonden in Nieuw Zeeland

J.F. HOFFMAN & ZONEN ROTTERDAM

Johan Frederik Hoffman werd in 1717 geboren in Hachenburg, Duitsland. Hij overleed in 1777 te Rotterdam. In 1738 begon hij in Rotterdam een handel in ijzeren huishoudkachels. In 1743 begon hij - samen met zijn schoonvader Johannes Hartcop - de handelsfirma "Johannes Hartcop & Hoffman".
Er werd vnl in ijzergoed gehandeld, zoals kachels, aambeelden, wapens, bommen , balansen en koffiemolens. In 1745 overleed Hartcop en in 1746 werd de naam van het bedrijf veranderd in "J.T.Hoffmann". In 1748 begon Hoffman een eigen fabriek, die zich toelegde op de productie van bommen, kogels, granaten en munitie.Een paar later werd er een glasblazerij aan toegevoegd, welke tot 1889 bleef bestaan.±1770 werd de naam veranderd in "Joh. Frederik Hoffman & Zoon" en een paar jaar later in "J.F.Hoffman & Zonen". In 1864 werd ook een suiker raffinaderij begonnen, welke tot 1894 bestond.In 1899 werd het bedrijf van Hoffman geliquideerd.
0,75lt; 26cm;Bodembehakking "I.F.HOFFMAN & SONS ROTTERDAM"; gevonden in de U.S.A.

P&S RENDORP AMSTERDAM

De leden van de familie Rendorp, begin 17e eeuw komend uit Lüneburg (Duitsland), werden pas vanaf 1640 tot het bestuur van Amsterdam toegelaten omdat zij van Lutherse origine waren. In de 18e eeuw behoorden zij echter reeds tot de aanzienlijksten van de stad.
Pieter Rendorp (1703-1761), Vrijheer van Marquette, indertijd burgemeester van Amsterdam, was eigenaar van de brouwerij “De Haan”, die gesitueerd was op de hoek van de Geldersekade en de Rechtboomsloot.[1]   Het Huis Marquette was destijds (1742) een buitenplaats onder Heemskerk). Hij had er 11 dienstboden, een koets met 4 paarden en een inkomen tussen 26 en 28.000 gulden. Pieter was in 1725 Commissaris, in 1732 Schepen en in 1746, 1750, 1751, 1754, 1755, 1757, 1758 en 1760 een van de Burgemeesters van Amsterdam. Hij ontwierp het Oude-Mannen- en Vrouwen-Gasthuis. De tegenwoordige Muiderpoort (1770) is van hem. Na 1890 werd hiervan het zware voorhek afgebroken.
Zijn zoon Joachim, (Amsterdam 1728-1792), advocaat in het staatsrecht en diplomaat, onderscheidde zich door een goed bevattingsvermogen, een goed oordeel en kunstzin.
De oorspronkelijke brouwerij werd in 1888 gesloten en vervangen door “Stoombierbrouwerij De Haan & Sleutels”.Na 1918 werd het vervolgens “Stoombrouwerij ‘t Haantje” (in handen van Heineken en van Van Vollenhove)en na 1939 bierbrouwerij “ ‘t Haantje”.
Reeds vanaf ongeveer het midden van de 19e eeuw gebruikte de Gebroeders Rendorp zware literflessen voor de export van hun bier. NB: Heineken b.v. begon pas in de jaren 1920 met bier in flessen te verkopen. Een voornaam exportgebied was de kolonie Suriname, alwaar dergelijke flessen “djogo’s” genoemd werden.
Voorzover mij tot nu toe bekend is was Rendorp de enige brouwer in de 19e eeuw, die zijn bier in Ricketts’ mal geblazen flessen, liet vervoeren.