RYKSEIGENDOM

                Peter Vermeulen

               

                 Inleiding

 

 

                 In de periode oktober 1967 tot november 1970 was ik werkzaam in Paramaribo, Suriname.

Het was daar, dat ik begon met een niet alledaagse hobby: het verzamelen van antieke gebruiksflessen. Deze flessen waren op vrijwel iedere historische plaats te vinden, maar vooral bij oude plantages, langs de rivieroevers bij laag water en natuurlijk langs het militair cordonpad. Dit pad vormde vroe­ger min of meer de grens tussen het door de Neder­landers beheerste plantagegebied en het oerwoud waar Bosnegers (ont­snapte negerslaven en hun afstammelingen) en Indianen vrij woonden.

                  Het serieus zoeken naar ooit weggeworpen lege drankflessen was geen sinecure. Een goede zoekplek was achter het balkon van een inmiddels overwoekerd en vervallen plantagehuis. Meestal liep er een kreekje langs en de leegge­dronken flessen werden achteloos erin gegooid. In de zachte modder bleven de flessen meestal wel heel. Verder vroren ze natuurlijk niet kapot en .... er was geen retourlijn naar de smeltovens van de glasbla­zerijen. Het toevoegen van oud glas verlaagt nl het smeltpunt van een glasbad met zo'n 200 graden. Arme mensen in Europa zochten daarom naar scherven en flessen om zo een paar centen bij te verdienen. U dacht toch niet, dat de glasbak iets van deze moderne tijd was?

                  Bij het zoeken op die vroegere plantage­gronden diende je wel een plank onder de arm mee te nemen. Mocht je n.l. in de modder zakken, dan was er niemand om je eruit te trekken.

Maar het ergste waren wel de muskieten, die met hordes onder struiken vandaan kwamen op jacht naar je kostelijke bloed.

Voor een deel kon je je daar wel op kleden, maar dan verdronk je zowat in je eigen zweet in het broeierige hete klimaat.

Kortom, het was eenvoudiger wat autochtone knaapjes een paar gulden bij te laten verdienen door hen naar flessen te laten zoeken.

 

Aangezien het water voor Europeanen niet te drinken was, waren de meeste gevonden flessen:

- jeneverflessen en wel het tapse rechthoekige model, de z.g. kelderfles (kelder is oud-Nederlands voor kist, waar ze met hun twaalven ingingen). Vaak voorzien van een behakking (relief­belettering) of een cachet (glaszegel) met een merk­naam als "E.KI­DERLEN","BLANKENHEYM & NOLET","COSMO­POLIET"  etc.

- wijnflessen, meest Bordeauxvormen, meestal zonder verdere merkaan­duiding;

- bierflessen van 1 liter, de z.g. djogo's. Bekend is de fles met bodembehakking "P&A RENDORP AMSTERDAM", een van de oudste Nederlandse export bierflessen.

- stenen Duitse mineraalwaterkruiken voorzien van een z.g. blindstempel met "BRUNNENWASSER" of "MINERALWASSER" uit Trier, Nas­sau, Ems, Bad Pyrmont e.d.

 

In de stad kon je langs de oevers van de Suriname rivier of als er ergens gegraven werd ook nog diverse andere soorten flesjes vinden. Veruit het meest in tal waren dat parfum en eau-de-cologne flesjes. Waarschijnlijk om toen­tertijd de zweet­lucht te overtreffen.

Maar mijn persoonlijke favoriet was hier toch wel het flesje voorzien van een glaszegel of cachet met het woord "RYKSEIGEN­DOM" erop.

 

 

                      Het "RYKSEIGENDOM" flesje

 

 

Het betreft hier een cilindervormig flesje, dat gebruikt werd voor het verpakken van medicijnen t.b.v. de militaire apotheken en hospitalen. Er is in vergelijking tot andere soorten flessen maar weinig over bekend.

Het flesje werd gemaakt in diverse kleuren glas (groen, zwart, amber, geel en aqua). De maatvoering varieert van 0,05lt tot 5lt.  ­De oudere exemplaren (voor ca 1850) zijn nog vrij gebla­zen en hebben een pontiel in de bodem (het litteken, dat ontstaat bij het afbreken van de overnamepijp).

In verzamelaarskringen wordt nogal eens verteld, dat de schrijfwijze van de letter "Y" of "IJ" in het woord "RYKSEI­GENDOM" c.q. "RIJKSEIGEN­DOM" een indicatie voor de ouderdom zou zijn. Ik heb hiervoor geen bewijs gevonden.

Nog latere exemplaren hebben ook de tekst "DOMEINSEIGENDOM" in het zegel.

 

De meeste flesjes, die hier op de markt verschijnen, zijn gevonden in Suriname. In Paramaribo bevonden zich zowel een militair- als een 's lands hospitaal, terwijl de diverse tropische ziekten noopten tot een intensief medi­cijngebruik.

Toch moeten ook hier in Nederland nog voldoende "Rykseigendom" flesjes in de bodem gevonden kunnen worden.  

Van de elf flesjes/flessen in mijn verzameling zijn er liefst 8 in Suriname gevonden, één in Alkmaar (er bestond daar een mili­taire school en dus waarschijnlijk ook een militaire

apo­theek), één in Middelburg (marinebasis) en één in de USA.

Dit laatste exemplaar is daar vermoedelijk via Suriname te­recht geko­men.

Een Frans equivalent is het flesje met de behakking "HOPITAUX COLONIES"(10cm hoog; inhoud 0,15lt) gevon­den in Frans Guyana. In Nederland verscheen het flesje met behakking "MILI­TAIRE APOTHEEK".

Een ander aanpalend flesje is een in tweedelige mal geblazen flesje met de behakking "RYKSSERUMINRICHTING" (12cm; 0,20lt).

 

Onlangs ontving ik van een bevriende Belgische verzamelaar een zinken munt (3 cm in doorsne­de) met aan de ene zijde het opschrift "MILI­TAIRE APOTHEEK" en aan de andere zijde "RIJKS­EIGENDOM".

Gebleken is, dat er naast deze munt nog soortgelijke Rijksei­gendom munten met een waardeopdruk van zowel 8 als 15 cent bestaan.

Het boekwerkje “Pharmaceutische penningen, plaquettes en draagtekens” door Dr. D.A. Wittop Koning vermeldt daarenboven nog het bestaan van een variant in koper.

Volgens dit zelfde boekwerkje zouden de munten tot 1953 in zwang geweest zijn als statiegeld munten.

Ook de conservator van Het Nederlands Muntmuseum te Utrecht, Albert A.J. Scheffers komt in zijn artikel “Penningen Militai­re Apotheek” tot dezelfde conclusies.

 

Hoe precies de munten als statiegeld gebruikt zijn is niet zo duidelijk. Normaliter betaalt men statiegeld, neemt de fles mee naar huis en krijgt zijn geld terug bij het inleveren.

Mede gelet op de Comptabiliteitswet moest de geldstroom zich beperken tot de officiële administratie en heeft men waar­schijnlijk een quasi betaalmiddel voor de militaire apotheken vastgesteld (de medicijnen zelf werden om niet verstrekt).

Men kocht dan de Rijkseigendom munten bij de kassier in de kazerne, wisselde die in voor een flesje bij het ophalen van medicijnen en kreeg ze retour bij het terugbrengen van het lege flesje. De militaire apotheek kwam dus niet te zitten met oneigenlijke flesjes en was verzekerd van een goed functione­rende retourlijn. Gratis flesjes zouden merendeels worden weggegooid in plaats van teruggebracht.


 

Bij de kassier kon men ze desgewenst weer omruilen tegen contant geld.

Een enigszins vergelijkbaar systeem werd vroeger b.v. ook toegepast bij het gebruik van gaspenningen bij particuliere gebruikers.

 

Vanaf ca 1950 tot 1956 werden deze munten bij de Rijksmunt te Utrecht geslagen. In die periode werden in totaal 55.500 stuks geslagen. Het statiegeldsysteem is echter tot 1963 in zwang geweest.

 

Het cachet met “RYKSEIGENDOM” is op zijn vroegst pas ingevoerd na het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden onder Koning Willem I in 1814.

 

Er bestaan twee zelfportretten van de bekende Arnhemse schilder Dick Ket (zoon van een militaire apothekersassistent), waarop ook een rykseigendomflesje te zien is.

 

 

1                          2                         3                         4                         5

(Klik op een afbeelding voor een vergrote weergave)

 

1.   Cachet "RYKS-EIGENDOM *" (met streepje en sterretje)

2.   Cachet "RYKSEIGENDOM" (aaneengeschreven, zonder sterretje)

3.   Flessen in geel en amber variërende van 0,25 tot 2,65lt

4.   Flessen in aqua en groen variërende van 0,05 tot 0,40lt

5.   Flesje, aqua "RYKSSERUMINRICHTING" 0,1lt

 

 6                          7                          8                          9                          10

(Klik op een afbeelding voor een vergrote weergave)

 

6.   Flesje, blank "HOSPITAUX COLONIES" 0,06lt

7.   Flesje, aqua `MILITAIRE APOTHEEK`, 0,15lt

8.   Metalen munt "RIJKS-EIGENDOM" (met lange ij)

9.   Keerzijde zinken munt "MILITAIRE APOTHEEK"

10. Zelfportret Dick Ket 1932